enschede stadhuis

Er is een reële kans dat ik op 19 maart als raadslid gekozen word. Het raadslidmaatschap is iets ‘voor erbij’, naast de normale baan. Mijn ‘baan’ is dat ik mij met veel verschillende projecten in en buiten Enschede bezig houd. Zijn deze projecten te combineren met het raadslidmaatschap? Bijten de verschillende belangen elkaar wellicht? Of is er kans op belangenverstrengeling? En vooral ook: hoe houd je de schijn van belangenverstrengeling buiten de deur?

Hoe ga je om met verschillende belangen?

Natuurlijk heb je als inwoner van een stad meerdere formele en informele belangen. Of het nu gaat om de straat waar je woont, de winkels waar je het liefst winkelt, het bedrijf waar je werkt, de bedrijven waar je vrienden werken of waar je kinderen naar school gaan. Het hoort bij de professionaliteit van een raadslid om deze belangen te kunnen scheiden van de rol en positie die je als raadslid hebt. Beter nog volgens mij is het als je deze belangen zo objectief mogelijk meeneemt in de totale afweging van alle belangen van inwoners van Enschede. Nog even los van de vraag waar integriteit een onderdeel van de discussie wordt, zie ik het als de verantwoordelijkheid van een raadslid om hier zo open en eerlijk mogelijk over te zijn.

Maar wat betekent dit dan voor mij? Naast aanstaand raadslid ben ik ook zelfstandig ondernemer, directeur en bestuurslid van de Stichting Cultuur in Enschede, penningmeester van Februari Muziekmaand Enschede, bestuurslid van SPOT Tanzania, actief lid van de HUB Twente en werkzaam voor Paiq BV. Zeker waar het gaat over activiteiten in Enschede die gesubsidieerd worden met overheidsgeld is het goed om de vraag te stellen hoe deze zich verhouden tot mijn nieuwe rol in de gemeenteraad.

Daarom heb ik mezelf bij ieder project drie vragen gesteld: 1) mag het (formeel) 2) vinden we dat het kan (moreel) en 3) kan ik het uitleggen zodat de schijn van belangenverstrengeling niet ontstaat (beeldvorming)?

Wat zijn de formele kaders?

In de Gemeentewet zijn drie artikelen van toepassing op dit vraagstuk. Artikel 13 beschrijft ‘ongeoorloofde functies’, artikel 15 ‘ongeoorloofde handelingen’ en artikel 28 ‘niet deelnemen aan een stemming’.

Artikel 13 beschrijft heel concreet een aantal functies die niet met het raadslidmaatschap te combineren zijn. Zo mag je bijvoorbeeld geen minister of gedeputeerde zijn, of ambtenaar of wethouder in dezelfde gemeente.

Artikel 15 beschrijft een aantal rollen ten opzichte van de gemeentelijke organisatie die niet verenigbaar zijn met het raadslidmaatschap. Zo mag je als raadslid niet ook advocaat of adviseur zijn in geschillen met de gemeente, maar ook niet rechtstreeks of middellijk overeenkomsten aangaan met de gemeente als het gaat over het aannemen van werk of het leveren van ‘roerende zaken’.

En tot slot, artikel 28 geeft de kaders waar je als raadslid in de besluitvorming niet over stemt. Het gaat dan om zaken die je direct persoonlijk aangaan, of zaken waar je als vertegenwoordiger bij betrokken bent.

Wat zijn de morele kaders?

Morele kaders beginnen voor mij altijd met kijken in de spiegel. Met welk doel handel ik in verschillende rollen en vind ik dat verenigbaar, eerlijk en integer? Dat toets ik aan de waarden die ik meegekregen heb in mijn opvoeding. Maar natuurlijk is het ook belangrijk of dit past binnen het morele kader van anderen. Binnen de gemeente Enschede is er daarom een gedragscode voor politieke ambtsdragers: ‘een toetssteen voor het individuele gedrag’. Hierin wordt gesteld dat je als raadslid je nevenfuncties openbaar moet maken, evenals je financiële belangen. Maar ook worden hier richtlijnen meegegeven hoe je om zou moeten gaan met informatie, en bijvoorbeeld het krijgen van giften en geschenken.

Hoe houd je de schijn van belangenverstrengeling buiten de deur?

Dat belangenverstrengeling vermeden moet worden is wat mij betreft zeer duidelijk. Echter, sommige beroepen, zoals een rechter, zijn in Nederland ook gehouden aan het vermijden van de schijn van belangenverstrengeling. De gedragscode voor politiek ambtsdragers in Enschede stelt een soortgelijke voorwaarde. Ik vind dat ook niet anders te verwachten valt van raadsleden. Deel van deze verantwoordelijkheid betekent wat mij betreft dat je volledige openheid van zaken moet geven over je verschillende rollen en belangen. Dat hiermee een groot deel van mijn persoonlijke leven op straat komt te liggen, neem ik dan voor lief.

Bovendien worden voor de installatie als raadslid de geloofsbrieven gecontroleerd. Hiervoor is een speciale commissie in het leven geroepen die adviseert of verschillende rollen te combineren zijn. Daarnaast is er een commissie Integriteit die integriteitskwesties actief onderzoekt. Wat dat betreft voel ik mij dan ook gesteund door ‘het systeem’ dat wat ik doe en combineer, toelaatbaar is.

Consequenties voor mij

Als ik wordt geïnstalleerd als lid van de gemeenteraad van Enschede, dan zal dat voor mij een aantal consequenties hebben. Allereerst leg ik na de verkiezingen per direct mijn twee bestuursfuncties binnen de culturele sector neer. Los van of het gevraagd wordt, vind ik dat je geen bestuurder kunt zijn van een organisatie die zaken doet met de gemeente waar je raadslid bent. Ook al wordt met beide stichtingen een algemeen maatschappelijk doel beoogd waar we de stad als geheel mooier mee proberen te maken, bestaat de kans dat je een beslissende rol hebt in de vertegenwoordiging van niet alle maar een deel van de inwoners van de stad.

Als directeur van de Stichting Cultuur in Enschede zal ik geen vertegenwoordigende en/of adviserende rol meer vervullen wanneer het gaat over (subsidie)overeenkomsten die met de Gemeente Enschede worden gesloten. Dit mandaat zal actief beperkt worden. Binnen de kaders die tussen het bestuur en de gemeente overeengekomen worden, zal ik de stichting zo goed mogelijk vertegenwoordigen naar partners en de stad. Zo zal ik ook vanuit mijn bedrijf geen opdrachten en overeenkomsten meer aangaan met de gemeente.

Als fractielid zal ik gezien mijn betrokkenheid als directeur bij de stichting Cultuur in Enschede geen woordvoerder Cultuur worden en afstand doen van mijn stemrecht wanneer het zaken aangaande (de activiteiten van) deze stichting betreft. Te allen tijde zal ik mijn (financiële) belangen van alle (neven)functies openbaar en kenbaar maken bij de gemeente.

Met deze maatregelen en mijn persoonlijke integriteit in het achterhoofd, kan ik vanuit volle overtuiging zeggen dat ik er alles aan heb gedaan en zal doen om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. Er is geen formele, noch een morele verstrengeling van belangen tussen mijn verschillende rollen. Hier word ik actief op gecontroleerd en zal hier zelf altijd volledig en actief open in zijn.

Tot slot zal ik bij de installatie de gelofte uitspreken dat van mij verwacht kan worden dat ik naar eer en geweten de belangen van alle inwoners van Enschede zo goed mogelijk zal vertegenwoordigen en dit niet vertroebeld zal worden door (andere) nevenfuncties, zoals het een goed raadslid betaamt.

Een andere rol

Aan de ene kant is het jammer om te moeten stoppen met initiatieven waar ik al jaren met veel passie en energie aan gewerkt heb. Aan de andere kant zou ik het moeilijk kunnen verkroppen wanneer mijn integriteit ter sprake gesteld zou worden. Ik wil juist met veel passie aan de slag om onze stad nog een stapje mooier en levendiger te maken dan hij nu al is.

Vanaf 19 maart is dat dan hopelijk vanuit een veranderde rol.

Hoe ga je om met verschillende belangen van werk en een raadlidmaatschap?